‘Niet de duurste auto, wel de beste coureurs’

Zijn academische carrière startte in Gent en via Maastricht en een promotie in Eindhoven kwam Henk De Feyter eind 2007 terecht aan de Amerikaanse oostkust, in de stad New Haven. Daar werkt de Belg als postdoc aan Yale University, die wereldwijd hoog in aanzien staat. De Ivy League-universiteit oogt met zijn oude campus in Engelse stijl als Oxford of Cambridge.

Kostte het veel moeite om bij Yale binnen te komen?

‘Dat viel eigenlijk wel mee. Toegegeven, ik had van tevoren nooit gedacht dat het zou lukken. Je gaat er vanuit dat de allerbeste wetenschappers in de rij staan om naar Yale te komen. Maar ik heb het maar gewoon geprobeerd. Na mijn promotie aan de TU/e heb ik per e-mail een sollicitatie gestuurd naar mijn huidige afdelingshoofd. Vijf maanden lang hoorde ik er niets van en dat bevestigde mijn vermoedens: zie je wel dat het niks wordt. Maar ineens kreeg ik bericht, “Kom maar langs.” Zonder één enkel gesprek was het ineens in kannen in kruiken. Ik was stomverbaasd.

Inmiddels weet ik hoe dat is gelopen. Mijn baas had wat rondgebeld in zijn netwerk en vernomen dat het met mij wel goed zat. Vervolgens nam hij gewoon de gok. Daarbij hielp het ook dat Nederland in het vakgebied van de NMR-spectroscopie (Nuclear Magnetic Resonance) een uitstekende reputatie heeft. Bijna bij elk belangrijk NMR-lab in de wereld zit wel een Nederlander.’

Yale is één van de beroemde Ivy League-universiteiten, een groep van acht Amerikaanse topinstellingen aan de oostkust, waaronder ook Harvard en Princeton. Hoe is het om daar deel van uit te maken?

De Feyter blijft er nuchter onder. ‘Je went er snel aan. Het is ook voor een deel marketing en PR. Daar zijn ze in de Verenigde Staten erg goed in. Aan de andere kant zitten hier erg veel onderzoekers bij elkaar die leidend zijn in hun vakgebied. Dat geldt ook voor de groep waarin ik zit. De NMR-scanners waarmee we werken, zijn niet meer uniek – in Nederland staan er ook twee – maar toch kwamen in de afgelopen decennia veel doorbraken in dit vakgebied van hier. We hebben misschien niet de duurste auto, maar we zijn wel de beste coureurs.’

Wat zijn de grootste verschillen met de TU/e?

‘Alles wat je hier doet, wordt betaald met subsidies. Trek een nieuwe pen uit de kast en er gaat ergens een dollar van een budget af. Dat geld komt niemand je op een presenteerblaadje aanreiken. Je bent op jezelf aangewezen. Daar leer je misschien nog wel het meeste van. Je moet het hier zelf doen.

In mijn eerste jaar dreigde mijn onderzoek te stagneren wegens een tekort aan proefpersonen. Toen ben ik parallel een onderzoek begonnen met proefdieren. Dat loopt nu als een trein en het draagt bij aan het grotere project. Die zelfstandigheid, die durf om te beslissen dat je een andere kant op moet met je onderzoek, die heb ik tijdens mijn promotie aan de TU/e geleerd.’

Hoe is bij jou de balans tussen werk en privé?Werk je netjes van negen tot vijf?

Met een spottende lach: ‘Meer, veel meer. Een dag waarop ik met proefpersonen werk, duurt 14, 15 uur. Of je die uren later mag compenseren, hangt af van je baas. Ik heb geluk. Het zou mijn baas niet uitmaken wanneer ik maar vijf uur per dag zou werken en de rest van de tijd in mijn hangmat lig, als er maar resultaten zijn.

Stoom afblazen doe ik op de racefiets. Ik train voor een kwart triatlon en na mijn promotie fietste ik een maand door de Himalaya. Die Nepalezen hadden nog nooit een fiets naar beneden zien komen, ze wisten niet wat ze zagen.’ Weer die lach.

Hoe staat het met je loopbaan?

‘Ik ben nu postdoc (post-doctoraal onderzoeker, red.) en dat is qua arbeidsvoorwaarden het vervelendste deel van een academische carrière. Je hebt steeds een jaarcontract, erg onpraktisch en onzeker. Het salaris van 44.000 dollar bruto per jaar stelt weinig voor. Toen ik net hier was, viel het allemaal wel mee, omdat ik vanwege een belastingverdrag tussen België en de VS in het begin geen belastingen hoefde te betalen. Sindsdien is mijn salaris er netto per maand achthonderd dollar op achteruit gegaan.

Binnenkort krijg ik een kleine promotie en dat opent wat meer deuren. Ik mag dan ook naar wat andere subsidies meedingen. Daarmee moet ik in de komende twee jaar mijn eigen onderzoek zien op te zetten.’

Hoe zie je je toekomst voor je?

Ik weet het nog niet precies. De komende jaren moet blijken of ik in de wetenschap kan blijven. Ik doe hard mijn best, want ik wil het graag. Maar niet ten koste van alles. Ik heb hier mijn vriendin leren kennen en dat gaat supergoed. We kunnen langer hier blijven, maar misschien gaan we wel naar Europa. Alles meegerekend is daar de levensstandaard hoger, werk-privebalans beter.’


Tags: , , , , , , ,

Dit bericht is geplaatst op 03/07/2010 om 23:51 en gearchiveerd in Artikelen, Matrix.

Plaats reactie

Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes